Marloes Klein
Duurzaam voor dummies

Marloes Klein: “Kan ik wel of niet spinazie in mei eten?”

Tien jaar geleden besloot ik zonder wikken of wegen waar ik naartoe wilde met vakantie – ook als dat betekende dat ik urenlang moest vliegen, dat ik hartje winter rabarber wilde eten of dat ik een derde leren tas nodig had. Over duurzaam leven dacht ik niet na. Tegenwoordig gaat dat niet meer zo makkelijk bij me. De wereld staat in de fik. Dus moet ik mijn levensstijl drastisch aanpassen om geen extra steekvlam te veroorzaken. Toch? 

Experimenteer, ervaar en bewonder 

Zoals met veel zaken in het leven is nuance key. Als je je levensstijl drastisch omgooit omdat je van buitenaf druk voelt, kan dat niet (lang) goed gaan. Het volhouden is in dat geval moeilijker. Bovendien kun je je dan al snel een slachtoffer voelen in plaats van de regisseur van je eigen leven. Wanneer je merkt dat je bewuster – en duurzamer – wilt leven en zoekende bent, heb ik één tip: experimenteer. Probeer op die manier uit te vinden wat bij je past en wat niet. Een nieuwe gewoonte beklijft dan veel makkelijker. Althans, zo werkte dat bij mij. 

Een tevreden mens 

Ik ben dus geen sustainable superhero. Maar door kleine en passende aanpassingen zorg ik ervoor dat ik mezelf recht in de spiegel kan aankijken. Op het gebied van voeding, kleding, en afval. Ik deel mijn tips, zodat jij er misschien ook iets aan kunt hebben. We are in this together, after all. Dit zijn mijn tien geboden voor een relaxt en duurzaam leven.

  1. Een tas in mijn tas 
    Je kunt me uittekenen met mijn rugtas. Of ik nu naar mijn werk, naar de stad of een vriendin ga: zelden ga ik zonder mijn vertrouwde bagage. In die tas zitten minimaal twee (linnen) tassen. Het kwam namelijk zó vaak voor dat ik onverwachts een plastic tas moest vragen in een winkel, dat het ging knagen. Och, en trouwens: er zijn tegenwoordig prachtige duurzame (rug)tassen. MYOMY, Raff en Matt & Nat zijn hiervan goede voorbeelden.  
  2. Someone’s ‘trash’ is my treasure 
    Als je me op de basisschool had gevraagd wat ik ervan vond om de oude truien van mijn nicht te dragen, had ik spontaan in huilen uitgebarsten. Ik voelde me een enorme sukkel in die enorme Bennettontruien. Tegenwoordig sta ik daar heel anders in. Een lieve vriendin met een erbarmelijk goede smaak in kleding, schenkt me met liefde haar ‘afdankertjes’. Zo krijgt haar kleding nog een tweede leven en schaf ik een stuk minder aan. 
  3. Seizoensgroenten zijn parels 
    Kan ik wel of niet spinazie in mei eten? Kan ik in onze Nederlandse zomer mango eten? Pfoeh, allemaal gewetensvragen. Jarenlang liep ik de supermarkt in en kocht ik gewoon wat ik nodig had voor mijn zorgvuldig gekozen recepten. Of het nu kwam ingevlogen of dat het uit de Westlandse kassen kwam, daar lette ik niet op. Dat blijkt de moeite waard te zijn.  Seizoensgroente zijn het lekkerst in ‘hun’ seizoen en doorgaans ook nog eens in de aanbieding. Daarnaast daagt het me uit in mijn creativiteit: op hoeveel manieren kan ik pompoen klaarmaken? Of spinazie? Tipje van de sluier: je verbaast jezelf. 
  4. Minder kopen, beter kiezen
    Het is wishful thinking om te denken dat ik nooit meer een winkel betreed om een nieuwe outfit te scoren. Maar, als ik dat doe, bedenk ik me wel twee dingen. Ten eerste: wat heb ik écht nodig – en kan ik dat met veel kledingstukken combineren die ik al in mijn kast heb? Ten tweede: hoe zorg ik ervoor dat er niemand extra onder mijn aankopen ‘lijdt’? Daarom ben fan van het eerste uur van Joline Jolink: zij werkt met reststoffen, in goede omstandigheden en haar ontwerp is tijdloos. Maar Afriek of Rhumaa zijn ook prachtige merken. Perfect als je anders voor de dag wilt komen. En voor de jeanslovers: probeer eens duurzame jeans van MudJeans of ArmedAngels. Dat scheelt een hoop chemicaliën en honderden liters water in het productieproces. 
  5. Iedere dag een traktatie: je eigen lunch
    Of ik iedere zondag mijn maaltijden sta klaar te maken? Hell. No.
    Als ik ’s avonds kook, maak ik vaak wat extra. Hoppakee, wat extra bulgur in de pan, boekweitnoedels of een extra aubergine. Dat neem ik de dag erna mee naar kantoor. Eigenlijk eet ik dus twee keer op een dag warm. Maar ik eet ook meer groente en heb nauwelijks last van een ‘after dinner dip’. Zo bespaar ik onnodige kosten voor een lunch op kantoor (waar gebruik wordt gemaakt van veel verpakkingsmateriaal, producten die niet ‘in het seizoen’ zijn, etc.). 
  6. Vega is mega 
    In de tijd dat ik werd geïntroduceerd met vegetarische maaltijden, was dat nog een vies woord. Daar werd zo lang mogelijk over gezwegen. Maar omdat mijn vriend vegetariër is en we al negen jaar samen zijn, moest ik repertoire qua recepten uitbreiden. Inmiddels denk ik alleen nog maar in vegetarische gerechten. Ik mis niets. Zo heb ik vanavond een smakelijke pasta alla Norma gegeten. Morgen op het menu: parelgortrisotto. Ottolenghi is degene die ons vaak verrast met heerlijke recepten. Schaf een keer bij een Iraanse supermarkt alle kruiden aan en je smaakpapillen zinderen van geluk. 
  7. Zeepje, zeepje, in het land… wie is de schoonste van het land?
    Ik voelde me als een god in Frankrijk met al mijn flesjes en tubes in de badkamer. Het gaf me het gevoel dat ik goed voor mezelf zorgde. Een likje van dat hier, een veeg van dat product daar… Daar ben ik van teruggekomen toen ik me verdiepte in zeep. Mijn douchegel was namelijk niet goed voor mijn huid – het droogde het juist uit – en bovendien zaten er stoffen in je liever niet door je doucheputje wegspoelt. Denk bijvoorbeeld aan een royale bijdrage aan de plastic soup. Dat kon duurzamer. Een ouderwets stuk zeep (zónder palmolie) maakt je hartstikke goed schoon. Mijn persoonlijke tip: zeep van Het Zeeplokaal. 
  8. Laat je wasmachine geen overuren maken   
    Ontneem me nooit mijn wasmachine. Het maakt me heerlijk rustig om kleding op te vouwen en de was op kleur te scheiden. Dat moet alleen niet een dagelijks ritueel worden, want een simpel wasje kost al snel 60 liter water. Wist je dat je broeken zelfden hoeft te wassen? Als je hem weer fris in je kast wilt hebben, volstaat een nachtje vriezer ook. Is ook nog eens beter voor de kwaliteit van je broek.  
  9. Je lievelingsbeker op je werk 
    Nog niet alle werkgevers van Nederland schenken koffie en thee in duurzame bekertjes. Dat is jammer, maar geen ramp. Jij kunt namelijk de verandering zèlf op gang brengen: neem je favoriete mok mee. Bij mij prijkt vanaf de eerste week mijn beker (met exotische vogels) op mijn bureau. Daarin drink ik mijn koffie en thee. Ziet er nog gezelliger uit ook. 
  10.  Rondje afval 
    De eerste stap is om producten te kiezen waarbij minder gebruik is gemaakt van onnodig verpakkingsmateriaal. Dat scheelt jou afval scheiden, maar nog belangrijker: je steunt deze plasticverheerlijking niet. De tweede stap is om thuis het afval te scheiden. Een kleine moeite, maar een mooi resultaat. Om de twee weken maak ik een rondje in de wijk met het karton en het glaswerk. Opgeruimd staat netjes. 

Meer tips voor een duurzaam leven?

Geschreven door: Marloes Klein.